• Het OM zette ‘terror­ist­ische soevereine’ burgers wekenlang in de cel – ondanks flinterdun bewijs

    Ze werden verdacht van gewelddadige plannen tegen de overheid en zaten weken – of zelfs maanden – in de cel. Omdat ze pepperspray in huis hadden, omgingen met andere verdachten of bekendstaan als activistisch. In de Barracuda-zaak claimt het OM een terroristisch netwerk van radicale soevereinen te hebben opgerold, maar het bewijs tegen sommige verdachten is flinterdun.

    Follow the Money ★ 28 maart 2026

    Dit stuk in 1 minuut

    Wat is het nieuws?

    • Het OM jaagt in de Barracuda-zaak op een vermeend netwerk van radicale soevereinen die een aanslag zouden voorbereiden op de overheid.
    • Zogeheten soevereinen streven ernaar de overheid zo veel mogelijk buiten hun leven te houden. Volgens veiligheidsdiensten kan dit gedachtegoed op langere termijn de democratische rechtsorde ondermijnen.
    • Strafdossiers laten zien dat de zware verdenkingen in sommige gevallen gebaseerd zijn op oppervlakkige contacten en materiaal dat met soeverein gedachtegoed wordt geassocieerd, terwijl die verdachten zelf geen aantoonbare soevereinen zijn. 
    • Volgens experts illustreert de zaak hoe justitie steeds vaker vroeg ingrijpt waar het gaat om ‘anti-institutionele netwerken’ en daarbij de grenzen van de terrorismewetgeving opzoekt. 

    Waarom is dit belangrijk?

    • Nieuwe veiligheidslabels zoals ‘anti-institutioneel extremisme’ spelen een groeiende rol in het signaleren van mogelijke nationale dreigingen. 
    • Zulke categorieën zijn breed en diffuus en volgens wetenschappers niet bedoeld als strafrechtelijk bewijs, maar kunnen in de praktijk wel bijdragen aan zware verdenkingen.
    • De zaak roept een bredere vraag op: hoe ver mag de staat gaan om mogelijke dreigingen vroegtijdig te bestrijden, zonder dat politieke opvattingen of met wie iemand omgaat onderdeel van een terrorismeverdenking worden?

    Hoe hebben we dit onderzocht? 

    • FTM sprak met betrokkenen, verdachten en advocaten in de Barracuda-zaak, kreeg inzage in delen van het strafdossier en woonde rechtbankzittingen bij.
    • De bevindingen werden besproken met deskundigen op het gebied van anti-institutionele en soevereine bewegingen. Het OM Noord-Nederland is om een inhoudelijke reactie gevraagd.

    Lees verder bij Follow the Money.

  • Rinze Visser uit Lemmer stopt na 55 jaar met raadswerk: ‘Kiezers willen een partij die z’n bek opendoet’

    Het langstzittende raadslid van Nederland, Rinze Visser (87) uit Lemmer, moet na 55 jaar stoppen. Niet omdat het communistisch vuur in hem is gedoofd, maar omdat zijn gezondheid het niet langer toelaat. ,,Een raadslid moet naast de mensen staan, niet naast het systeem.”

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 28 februari 2026

    Doordat de longziekte COPD hem steeds benauwder maakt, heeft Rinze Visser zijn veertiende raadsperiode net niet helemaal kunnen uitzitten. Eind vorig jaar woonde hij voor het laatst een raadsvergadering bij. ,,Toen kon ik nog wel een uur of twee zonder zuurstoftank, maar dat durf ik niet meer aan. Ik heb altijd pijnen en zit onder de pijnstillers. Maar ik accepteer dat.”

    Met ruim 55 jaar ervaring in de lokale politiek – eerst in het voormalige Lemsterland, sinds 2014 in fusiegemeente De Fryske Marren – is Visser veruit het langstzittende raadslid van Nederland, en tegelijk de laatste vertegenwoordiger in Friesland van de Nieuwe Communistische Partij van Nederland (NCPN).

    ,,Ik heb het raadswerk altijd gezien als een strijd tegen onrecht, tegen de commercialisering van alles”, zegt Visser zittend aan zijn keukentafel. ,,Dat zijn ontwikkelingen die steeds meer mensen als schadelijk zien.”

    Nooit vijanden gehad

    Visser is een begrip in Lemmer. Veel inwoners stemden niet zozeer op de NCPN uit overtuiging, maar vanwege Rinze, die opkomt voor de ‘gewone man’ en eenvoudig te benaderen is. ,,Ik was er veel mee bezig dat de mensen krijgen waar ze recht op hadden.”

    Dat hield ook in dat hij mensen hielp met het invullen van formulieren voor zorgtoeslag of bijstand, meeging naar een hoorzitting of aan zijn keukentafel advies gaf over het bezwaar maken tegen een gemeentelijk besluit. ,,Dat hoort ook bij het raadswerk.”

    Kwetsbare mensen worden vaak anders behandeld dan commerciële partijen, stelt Visser. Hij noemt het voorbeeld van een gedupeerde van de toeslagenaffaire, een vrouw met een aanvullende bijstandsuitkering die in aanmerking kwam voor de schadecompensatie van 30.000 euro. ,,Zij kreeg toen een telefoontje van iemand van de gemeentelijke bijstand die zei: je moet niet denken dat je die 30.000 euro mag houden.”

    In 2021 bleek dat zorgaanbieders bij Friese gemeenten voor 8,5 miljoen euro te veel hadden gedeclareerd. ,,Oplichting met gemeenschapsgeld”, vindt Visser. ,,Ze hoefden maar de helft terug te betalen, de rest mochten ze houden. Dat is schandalig, en zet dat eens tegenover de behandeling van zo’n vrouw.”

    Toch typeert hij zichzelf niet als een man van ruzie. ,,Ik heb in de gemeenteraad nooit vijanden gehad, wel tegenstanders. En als het college met een goed voorstel kwam, dan steunde ik ze in het debat.”

    Vorig jaar ontving hij een gemeentelijke erepenning voor zijn grote sociale betrokkenheid en inzet voor de ‘mienskip’.

    Bijna een eeuw communisme

    Met het vertrek van Visser verdwijnt de laatste communistische zetel in deze hoek van Friesland. Bijna een eeuw lang, sinds 1927, met een onderbreking tijdens de Tweede Wereldoorlog, zaten communisten in de raad. 

    In 1970 kwam Visser voor de CPN in de raad. In het dagelijks leven werkte hij als stratenmaker en bouwvakker. Zijn rol in de CPN groeide. Hij werd politiek commissaris van de Friese partijafdeling en maakte in 1978 deel uit van een CPN-delegatie die de DDR bezocht.

    Toen de CPN in 1991 opging in GroenLinks, koos Visser voor de nieuw opgerichte NCPN, die vasthield aan de marxistisch-leninistische lijn. De partij is landelijk te klein voor een zetel in de Tweede Kamer, maar werd in 2018 in Lemmer nog de grootste, met twee zetels in de raad. ,,We hadden het gevoel in de lift te zitten met alle thema’s waar we voor opkwamen.”

    Maar de Russische inval in Oekraïne veranderde volgens hem het politieke klimaat. ,,Je wilt niet weten hoeveel mensen bij het idee van Rusland nog steeds een communist voor zich zien. Terwijl het niets met ideologie te maken heeft, het is een gevecht om grondstoffen en invloedssferen.”

    Zetel inleveren

    Dat merkte hij bij de verkiezingen van 2022, toen de partij een zetel moest inleveren. Dat Forum voor Democratie lokaal meedeed, speelde ook een rol. ,,Een deel van onze kiezers willen een partij die z’n bek opendoet. Nou, daar staat Forum ook bekend om.”

    De NCPN doet bij de komende gemeenteraadsverkiezingen in De Fryske Marren niet meer mee – ‘vanwege praktische en organisatorische drempels’, zo meldt het partijbestuur.

    ,,Als je de partij draait om één persoon, dan kun je tegenslagen krijgen. Hier in Lemmer is er geen versterking bijgekomen.” Maar verder gaat het volgens Visser goed met de NCPN. ,,We hebben een hoop jongeren erbij gekregen, vooral in de steden en zelfs op plekken waar we nooit leden hadden, zoals op de Veluwe.”

    Of hij een goed advies heeft voor aanstormende kandidaten voor de gemeenteraden? ,,Wees een echte volksvertegenwoordiger. Beweeg je onder de gewone mensen en kom op voor hun belangen. Een raadslid moet naast de mensen staan, niet naast het systeem.”


    Een versie van dit interview verscheen bij het Algemeen Dagblad (AD) op 28 februari 2026

  • Een netwerk van soevereinen zou geweld willen gebruiken. Waar gaat de Barracuda-zaak over?

    In Leeuwarden is deze donderdag de tweede inleidende zitting in de Barracuda-zaak. Het OM onderzoekt een vermeend soeverein netwerk dat geweld zou plannen. De meeste verdachten, onder wie ex-advocaat Arno van Kessel, ontkennen dat zij soeverein zijn.

    Friesch Dagblad ★ 4 december 2025

    „De opmerkelijkste vraag die ik van een journalist kreeg, is of ik zélf soeverein gedachtegoed aanhang”, zegt strafrechtadvocaat Chris-Jan Kamminga. Zulke vragen kreeg hij niet bij eerdere cliënten, zoals een radicale moslim die werd verdacht van het financieren van een Syrische terreurbeweging.

    Kamminga staat de voormalige Leeuwarder advocaat Arno van Kessel bij. De 62-jarige Van Kessel kreeg de afgelopen jaren bekendheid als raadsman van coronakritische activisten, met wie hij samenwerkte aan een grote rechtszaak rond coronavaccinaties. Inmiddels wordt hij zelf verdacht van deelname aan een crimineel netwerk dat vanuit anti-institutioneel gedachtegoed terroristische misdrijven zou willen plegen.

    Sinds juni verblijft Van Kessel in de terroristenafdeling (TA) in Vught. „Het is een pittig regime om zo’n achttien uur per dag op je cel te zitten”, zegt Kamminga, die zijn cliënt dagelijks belt en vrijwel wekelijks bezoekt. De regels in Vught zijn onlangs aangescherpt om te voorkomen dat gedetineerden vanuit Vught een criminele organisatie kunnen blijven aansturen: vertrouwelijke gesprekken tussen advocaat en cliënt zijn niet langer mogelijk. „We worden volledig gefilmd en het is zelfs verboden om een hand voor je mond te houden.”

    ‘Kogeltje door het raam’

    Het is de zwaarst beveiligde gevangenis waar Van Kessel verblijft, want de verdenkingen zijn ernstig: hij behoort volgens het OM tot een extremistische kern binnen de soevereinenbeweging. Maar volgens Kamminga is Van Kessel geen soeverein. „Arno gelooft juist wél in het Nederlandse rechtssysteem, hij stond er als advocaat middenin.” Maar tegelijk onderhield hij ook contact met een bonte verzameling van coronacritici, complotdenkers en soevereinen.

    Het zwaartepunt van de zogeheten Barracuda-zaak is een afgetapt autogesprek op 6 mei van dit jaar tussen Arno van Kessel en twee medeverdachten, onder wie een 66-jarige man uit Wergea, die al in beeld was bij justitie en werd afgeluisterd. In dat gesprek wordt volgens het OM gepraat over de NAVO-top in Den Haag: „Het zou mooi zijn als ze bij de top allemaal het loodje zouden leggen.” Ook wordt gesproken over een autobom of een „kogeltje door het raam” van de woning van de Leeuwarder burgemeester Sybrand Buma, en over plannen met het dodelijke gif ricine.

    Vergrootglas op radicale soevereinen

    Sinds de coronaperiode ligt anti-institutioneel extremisme binnen de zogenoemde soevereinenbeweging onder verscherpte aandacht van politie, justitie en veiligheidsdiensten. Die focus nam toe nadat rond de organisatie Common Law Nederland Earth (CLNE) signalen opdoken over bewapening en het oproepen tot burgerarresten.

    Dit leidde in 2023 tot het onderzoek 26Espeon, waarin tien verdachten werden aangehouden. Het OM zette daarbij zwaar in op een terrorisme-aanklacht, maar kreeg bij de rechtbank Rotterdam vorige week maar beperkt gelijk: zowel de oprichters van de CLNE als wapenleveranciers kregen celstraffen tot 3,5 jaar, maar terroristische intenties werden in deze zaak niet bewezen. Daarmee haalde het OM deels bakzeil.

    De Barracuda-zaak bouwt voort op namen en aanwijzingen die in 26Espeon opkwamen en leidde tot nieuwe taps en onderzoekslijnen richting de groep verdachten die nu in Leeuwarden terechtstaan. Daarnaast ontving het OM een anonieme tip over een van de verdachten. In oktober 2024 werd op zijn boerderij in Winsum een grote wapenvondst gedaan. 

    Dat gesprek in de auto is de directe aanleiding voor de inval van de Dienst Speciale Interventies (DSI) op 11 juni bij Van Kessel in Leeuwarden. Die dag worden acht personen opgepakt in Fryslân, Overijssel en Noord-Brabant, en worden op meerdere locaties vuurwapens, munitie, gasmaskers, flessen castorbonen (waaruit ricine kan worden gewonnen) en zwaar vuurwerk in beslag genomen.

    Ideologisch spilfiguur

    Onder de acht arrestanten van 11 juni bevinden zich vier Friezen die volgens het OM deel uitmaakten van een netwerk rond Van Kessel, die zelf wordt gezien als ideologisch spilfiguur. Het gaat naast de 66-jarige Wergeaster, bij wie thuis vuurwapens en castorbonen werden gevonden, om een man (39) uit Easterein, die in het autogesprek actief meedacht over de plannen, en een 61-jarige zelfverklaarde soeverein van wie het OM stelt dat hij militaire trainingen gaf die in een extremistisch kader zouden passen. Op zijn boerderij in Winsum werd in oktober vorig jaar bovendien een grote hoeveelheid wapens aangetroffen.

    Het veelbesproken autogesprek van 6 mei is volgens advocaat Kamminga uit zijn verband gerukt. Van Kessel, de 66-jarige Wergeaster en de 39-jarige man uit Easterein waren die dag op de terugweg van een actiebijeenkomst met truckers en boeren die wilden protesteren tegen de NAVO-norm voor defensie-uitgaven. Die bijeenkomst liep op niets uit en onderweg naar huis, na een paar biertjes, zou het drietal zich hebben laten gaan in frustraties en borrelpraat.

    Van Kessel had net op Netflix de IRA-film In the Land of Saints and Sinners gezien en zou daaraan hebben gerefereerd toen hij het over autobommen had. Begrijpelijk dat het gesprek voor het OM reden tot verdenking vormt, maar Kamminga wijst erop dat er geen enkel bewijs is dat er daarna stappen, taakverdeling of voorbereidingen zijn gevolgd. Een geëmotioneerde Van Kessel erkende op de eerste pro-formazitting in september evenwel dat hij tijdens die bewuste autorit „ongelooflijk domme dingen” heeft gezegd.

    ‘Flintertinne bewizen’

    In Vught ontvangt Van Kessel honderden brieven van sympathisanten, die eerst zorgvuldig worden doorgelicht. Hij heeft een grote achterban, mede doordat hij het boegbeeld is van een omvangrijke coronaprocedure die hij namens de Stichting Recht Oprecht voerde tegen Bill Gates, Mark Rutte, Pfizer-topman Albert Bourla en anderen. Volgens deze stichting – bekend van de spandoeken langs de snelwegen met de namen die worden ‘gedagvaard in Friesland’ – zijn coronavaccinaties ‘biowapens waarmee genocide wordt gepleegd’. Bij die stichting is ook de medeverdachte uit Wergea betrokken.

    In alternatieve media, met De Andere Krant voorop, wordt Van Kessel neergezet als een held die vermoedelijk is opgepakt omdat hij te dicht bij ‘de waarheid’ in het coronadossier kwam. „Justysje giet har boekje fier te bûten”, vindt Sybren Posthumus, voormalig FNP-Statenlid dat in 2021 de politiek verliet. Hij kent Van Kessel, volgt de zaak op de voet en maakt zich grote zorgen. „It is bespotlik dat immen dêr’t de skuld perfoarst net fan bewiisd is, sa lang yn de sel bliuwe moat. De persoanlike gefolgen foar Van Kessel en ek oare minsken dy’t op basis fan flintertinne bewizen opsletten binne, lige der net om.”

    De opvattingen van Posthumus worden door velen in de ‘wakkere gemeenschap’ gedeeld, en nog verder aangewakkerd door het feit dat Van Kessel tijdens zijn voorarrest van het tableau is geschrapt, na scherpe tuchtrechtelijke kritiek op zijn optreden in een arbeidszaak. Deze week zette hij na bijna 25 jaar definitief een punt achter zijn advocatenpraktijk, die door zijn detentie al maanden op slot zat.

    Vrije voeten

    Twee verdachten in de Barracuda-zaak, Marieke de V. (40) en Bram G. (48) uit het Overijsselse Witharen, zijn wél op vrije voeten gesteld. Zij vertellen dat ze de inval van een zwaarbewapend DSI-team op hun woonboerderij als buitenproportioneel ervoeren. Beiden werden enige tijd in voorarrest geplaatst. De zestien dagen die Marieke doorbracht, eerst onder beperkingen in een politiecel en daarna op de terroristenafdeling van de PI Zwolle, noemt ze „een stigma dat je niet zomaar kwijtraakt”.

    Voor het OM blijven ze verdachten, maar die verdenking rammelt volgens het koppel aan alle kanten. „Wij hebben geen onderlinge connectie met een groep, zoals het OM suggereert”, aldus Marieke, hoewel ze de verdachte uit Wergea wel eens heeft gesproken toen ze een zitting van de Stichting Recht Oprecht bijwoonde. Volgens het OM viel haar naam in het afgetapte gesprek van 6 mei, „maar dat audiobestand hebben we nooit te horen gekregen.” Welke link het OM met Bram ziet, is hun onduidelijk.

    Kwade genius

    De rechtbank in Leeuwarden buigt zich deze donderdag opnieuw over de vraag of de vijf verdachten die nog steeds vastzitten het proces op vrije voeten mogen afwachten. Drie maanden geleden oordeelde de meervoudige strafkamer dat hun vrijlating vanwege de ernst van de verdenkingen „niet goed uit te leggen is aan de samenleving”.

    Intussen zijn er tien verdachten in deze zaak, onder wie een bekende 61-jarige complotvlogger die een tijd lang in kringen rond Van Kessel verkeerde. Meerdere betrokkenen typeren hem als de ‘kwade genius’ die plannen, documenten en ruzies zou hebben aangejaagd. Op 25 november werd hij alsnog opgepakt op verdenking van deelname aan hetzelfde netwerk.

    De inhoudelijke behandeling van de zaak wordt pas verderop in 2026 verwacht..


    Verschenen in het Friesch Dagblad op 3 december (online) en in de papieren krant van 4 december 2025


  • 17 euro voor een barst in de muur: in Drenthe zijn de lessen van Groningen niet geleerd

    Een op de drie huizen in het Drentse Ekehaar liep in 2023 schade op door aardbevingen als gevolg van gaswinning. Twee jaar later grijpt de nationale ombudsman in, want de schadeafhandeling schiet ernstig tekort. „Voor 17 euro kan ik geen steiger huren.”

    Algemeen Dagblad (AD.nl) ★ 7 november 2025

    In de gevel van het dorpscafé van Ekehaar loopt een scheur dwars door het voegwerk. Kroegbaas Wim Popken wijst ernaar. „Voor deze barst krijg ik 17 euro”, zegt hij met een wrange glimlach.

    Om precies te zijn: 16,41 euro, blijkt uit een dik rapport van 250 pagina’s van het landelijk schadeloket van de overheid, de Commissie Mijnbouwschade. „Daar kan ik geen timmerman of steiger voor inhuren”, zegt Popken tegen de nationale ombudsman Reinier van Zutphen, die woensdag het dorp bezocht.

    Aardbeving met kracht van 2,2

    In oktober 2023 kreeg Ekehaar kort na elkaar drie aardbevingen te verduren door de gaswinning in het nabijgelegen Eleveld, een van de vele kleine gasvelden in het noorden van het land.

    De zwaarste beving, met een kracht van 2,2 op de schaal van Richter, voelde als ‘een doffe knal’, vertelt dorpsbewoner Paul Hoekstra. „De deur klapte in de sponning.”

    Uit het dorp met zo’n 260 inwoners kwamen tientallen schademeldingen binnen bij de Commissie Mijnbouwschade. Ook de woonboerderij van Hoekstra werd onderzocht.

    ,,Van de 27 schadeplekken zeiden ze dat er zes misschien voor een deel iets met de aardbeving te maken hadden”, zegt Hoekstra. ,,Voor één scheur kreeg ik 46 euro, terwijl een aannemer het herstelwerk op drie- tot vijfduizend euro schat. Dat verschil is absurd.”

    Hoekstra voelt zich niet serieus genomen. ,,Hier pakken ze het aan zoals ze in Groningen vijftien jaar geleden begonnen: er komt een dik rapport, en uiteindelijk krijg je lang niet wat je verwacht en kun je er niets tegen inbrengen. Ze hebben niks geleerd van Groningen.”

    Net buiten Groningen

    Uit het Eleveld wordt al sinds 1975 gas gewonnen, met meerdere bevingen in de loop der jaren, zoals in december 1986 (kracht 2,8). Maar die bevingen rekent de commissie niet mee. Ekehaar ligt ook nét buiten het gebied waar de ruimhartigere Groningse regels voor schadeafhandeling gelden, met omgekeerde bewijslast.

    ,,Het is gek dat je in dezelfde gemeente aan de ene kant van het kanaal een volledige vergoeding krijgt, en aan de andere kant niet”, zegt Hanneke Bruggeman. Ze kreeg slechts een zesde van de geschatte schade aan haar Saksische boerderij uit 1855 vergoed.

    Toch tekende ze, net als de meeste dorpsgenoten, voor de vergoeding. „Dat betekent niet dat ik het ermee eens ben. Mijn man was in die tijd ziek en is overleden. Ik dacht toen: choose your battles. Want anders moet je als particulier met een advocaat tegen de NAM op. Daar loop je op leeg.”

    ‘Geen touw aan vast te knopen’

    Van de 66 schademeldingen in het dorp werd bij ongeveer de helft een vergoeding toegekend, in totaal zo’n 80.000 euro. De bedragen variëren van zo’n 800 euro tot een uitschieter van 16.000 euro, maar de meeste liggen rond de 1500 euro – een fractie van de werkelijke herstelkosten.

    Commissie kende in Ekehaar voor het eerst schade toe

    De Commissie Mijnbouwschade werd in 2020 opgericht als onafhankelijk loket voor alle schade buiten het Groningse gasveld. Sindsdien behandelde de commissie zo’n duizend meldingen, vooral uit de drie noordelijke provincies, waarvan verreweg de meeste werden afgewezen.

    In Ekehaar erkende zij voor het eerst dat aardbevingen buiten Groningen tot ‘aantoonbare mijnbouwschade’ kunnen leiden. De vergoeding blijft vaak lager dan de herstelkosten, omdat de commissie alleen vergoeding kan adviseren voor ‘het deel van de schade dat door mijnbouw komt’.

    Jan Blok, die tussen café Popken en Paul Hoekstra in woont, kreeg geen vergoeding. De scheuren in zijn huis waren volgens de commissie niet te wijten aan aardbevingsschade.

    Bij zijn buren, met huizen uit dezelfde bouwperiode en vergelijkbare schade, was het wél ‘redelijkerwijs aannemelijk’ dat scheuren groter waren geworden door de bevingen, bij Blok niet. „Er is geen touw aan vast te knopen”, zegt hij. Ingediende zienswijzen veranderden daar niets aan.

    Rapport duurder dan herstel

    De Commissie Mijnbouwschade geeft bovendien vele malen meer uit aan papierwerk dan aan daadwerkelijke schadevergoeding. „Een rapport opstellen door een extern adviesbureau kost al snel 10.000 euro”, zegt burgemeester Anno Wietze Hiemstra (Aa en Hunze). „Een aannemer kan voor een kleiner bedrag de schade herstellen.”

    De burgemeester heeft zich vastgebeten in het mijnbouwdossier en spreekt regelmatig met de Commissie Mijnbouwschade. ,,De commissie is integer, maar het gesternte waaronder zij moeten opereren, deugt niet.”

    Daarvoor heeft hij aan de bel getrokken in Den Haag, maar demissionair klimaatminister Sophie Hermans blijft tot nu toe de aanpak verdedigen. Het aantal en de ernst van de schadegevallen in Ekehaar vallen in het niet bij de schade in Groningen, schreef ze onlangs in een brief aan de gemeente.

    Ekehaar als waarschuwing

    Inmiddels bemoeit zich ook de nationale ombudsman met de zaak. Reinier van Zutphen bezocht Ekehaar inmiddels twee keer en noemt het verlies aan vertrouwen begrijpelijk. „Er zijn verwachtingen gewekt die niet zijn waargemaakt. Het moest menselijker, makkelijker en milder, maar daarvan zie ik nog niets terug.”

    In het Drentse dorp voelen burgers feilloos aan dat hun rechtsbescherming ongelijk is, zegt de ombudsman. Bovendien ziet hij Ekehaar als waarschuwing voor de rest van het land.

    „Als we hiervan niet leren, herhalen we dezelfde fouten nog eens. Eind dit jaar opent in Limburg een nieuw loket voor mijnbouwschade. Of het gaat om gas, zout of steenkool – het principe moet hetzelfde zijn. Mensen willen niet per provincie of postcode anders behandeld worden.”

    Minister Sophie Hermans komt volgende maand alsnog naar Ekehaar om met bewoners te praten. Het dorp hoopt vooral dat dat meer oplevert dan nog een stapel rapporten.


    Verschenen bij AD.nl (Algemeen Dagblad) online op 7 november 2025 en een dag later in de papieren weekendkrant.

  • Raadselachtige Fries die Tito moest vermoorden krijgt biografie: ‘Hij is niet oud geworden, maar heeft geleefd voor vijf’

    De in Leeuwarden geboren André Engwirda vocht als vurig communist tegen fascisten in Spanje, maar werd later nazi-spion met een moordmissie op partizanenleider Tito. Een nieuw boek – De man die Tito ging vermoorden – ontrafelt zijn onnavolgbare levensloop vol morele raadsels. 

    Leeuwarder Courant ★ 16 juli 2025

    ,,Het is bijna niet voor te stellen”, zegt Ilse Engwirda (57) over haar grootvader André. ,,Een oud-Spanjestrijder, die ondanks zijn communistische idealen in de oorlog uiteindelijk voor de Duitsers spioneerde. En tegelijkertijd was er ook nog een Joodse onderduikbaby in huis, de kleine Vera. Die lag in de box, samen met mijn vader, terwijl André voor de Sicherheitsdienst werkte. En dat zat allemaal bij elkaar, onder één dak.” 

    Bijna niemand kent de naam André Engwirda, maar zijn leven leest als één grote avonturenroman. Hij is veel minder bekend dan stadsgenoot Mata Hari, maar zijn dubbelleven als spion was minstens zo meeslepend – en moest hij eveneens met de dood bekopen. 

    Over dat onwaarschijnlijke leven is nu een rijk gedetailleerde biografie verschenen. In De man die Tito ging vermoorden reconstrueren historicus Erik Schaap en journalisten Evert de Vos en Zoran Bogdanović hoe idealist André Engwirda uitgroeide tot nazi-spion en moordkandidaat op de Joegoslavische verzetsleider en latere staatsman Tito.

    ,,Hij is niet oud geworden, maar hij heeft geleefd voor vijf”, zegt Erik Schaap, auteur van meerdere boeken over de Tweede Wereldoorlog. Hoe het boek tot stand kwam? ,,Evert en ik kwamen elkaar na jaren weer tegen in Zaandam. Ik was bezig met een boek over Nederlandse vrijwilligers in de Spaanse Burgeroorlog, en Evert zei: ‘Dan ken ik ook nog een mooi verhaal.’ Hij vertelde over de opa van een goede vriendin, Ilse – dat was dus André Engwirda. Ik dacht meteen: hier móet een boek over komen.” 

    Geboren aan de Doelestraat

    André Engwirda wordt op 16 december 1917 geboren in de Doelestraat in Leeuwarden, in een inmiddels verdwenen hoekpand tegenover het Coulonhuis. Hij groeit op met een driftige vader Frans die als huizenspeculant faalt en voortdurend op zoek is naar werk. In 1926 verhuist het gezin naar Maastricht, waar de situatie verslechtert door de woede-uitbarstingen van zijn vader. Als zijn ouders scheiden, komt André te wonen bij zijn moeder en stiefvader – en via hem vindt hij de weg naar de socialistische jeugdbeweging. 

    Hij flirt ook kort met de NSB, maar het is uiteindelijk de revolutionaire boodschap van de CPN die bij hem aanslaat. Via de partij raakt hij betrokken bij solidariteitsacties voor Spanje en in 1937 neemt hij zelf de wapens op tegen het oprukkende fascisme. Illegaal reist hij via Parijs en de Pyreneeën naar het front, waar hij zich aansluit bij de Internationale Brigades en tot luitenant wordt bevorderd. 

    Terug in Nederland trouwt hij met Clara Ortmans, een kapster uit een even communistisch nest. Als de Duitsers in 1940 binnenvallen, wordt hij als oud-Spanjestrijder opgepakt door de Sicherheitsdienst (SD) en opgesloten. Zijn vrijlating in 1941 markeert een kantelpunt, zegt Schaap. ,,Eerst probeert hij te infiltreren bij de SD. Daar komt hij onder valse voorwendselen binnen, en waarschuwt zijn kameraden in het verzet – maar dat slaat niet aan. Hij wordt gewantrouwd en keert zich uiteindelijk echt naar de andere kant.”

    Een explosieve vulpen

    Engwirda krijgt van de Duitsers een spionagetraining in Den Haag en Berlijn, en leert alles over codetaal, sabotage en infiltratie. In 1944 wordt hij naar Joegoslavië gestuurd om zich aan te sluiten bij de partizanen in Bosnië. Als Spanjestrijder wordt hij geloofwaardig geacht. Zijn geheime missie: doordringen tot Tito’s hoofdkwartier – een grot op het eiland Vis – en hem doden met een explosieve vulpen.

    Wat Schaap fascineert, is dat Engwirda het tot het einde toe volhield. ,,Hij had genoeg momenten om af te zien van zijn missie, maar hij ging door. Terwijl je denkt: wat zijn je kansen op succes? Of om het zelf te overleven?”

    Uiteindelijk valt hij door de mand. Hij wordt ondervraagd, bekent en verdwijnt. Het is dan eind september 1944. Vermoedelijk is hij kort daarna gefusilleerd. Zijn verhaal leeft in Joegoslavië nog lang voort. In oorlogsboeken en partizanenmemoires wordt het aangehaald als voorbeeld van Duitse sabotage. In 1982 wordt het zelfs verfilmd in de Joegoslavische tv-productie Operacija Teodor.

    Kind van een ‘foute’ ouder

    In Nederland blijft zijn verdwijning jarenlang een mysterie. Voor zijn vrouw Clara was het verhaal te pijnlijk. Ze bleef haar leven lang links, was actief bij de PSP en feministisch betrokken, maar zweeg over haar huwelijk met een man die in 1950 bij verstek als oorlogsmisdadiger tot acht jaar cel werd veroordeeld. 

    ,,Mijn oma Clara heeft daar haar leven lang over gezwegen”, vertelt Ilse. ,,Pas op haar 95ste, één keer, heeft ze erover gepraat. Ze zei toen: hij was mijn grote liefde. Ze woonde in een verzorgingsflat, kon nauwelijks lopen, maar liep elke dag naar de brievenbus in de hoop iets van hem te horen.”  

    Ilse’s vader Anton, nu 83, deed sinds zijn vijftigste onderzoek naar het verleden van zijn vader. Zijn hele leven stond in het teken van kind van een ‘foute’ ouder zijn. Zo sloot hij zich aan bij de Werkgroep Herkenning voor nazaten van collaborateurs en geloofde hij dat hij daardoor kansen had gemist, omdat hem regelmatig banen werden geweigerd. ,,Maar uiteindelijk bleek dat hij in het vizier van de BVD kwam, niet zozeer vanwege zijn vader, maar de communistische sympathieën aan beide kanten van de familie”, zegt Ilse.

    Alles of niets

    Lange tijd hoopten de nabestaanden dat André Engwirda toch een dubbelspion was met een linkse inborst. Dat hij ooit een Joods onderduikkind in huis had, leverde later zelfs een onderscheiding op. Voor de familie was dat lang een teken dat hij ‘eigenlijk’ aan de goede kant stond. Maar in het boek komen de auteurs tot de conclusie dat André Engwirda aan het eind van zijn leven waarschijnlijk toch echt fout was. 

    ,,André Engwirda was geen man van het midden”, vat Schaap samen. ,,Hij koos altijd de uitersten. In Spanje was hij vol overtuiging communist, moedig, strijdlustig. Maar ook als infiltrant ging hij er vol in. Hij schreef zijn vrouw brieven vanuit Joegoslavië waarin hij tot op het laatst geloofde in de eindoverwinning van de nazi’s.” Die radicale gedrevenheid herkent Ilse ook: ,,Rationeel snap je zijn keuzes niet, maar het past wel bij hoe mannen in onze familie zijn. Het is alles of niets.” 

    Voor Ilse voelt het grondig onderbouwde boek als een afsluiting. ,,Voor mijn vader was dat moeilijker. Hij was best geraakt door de conclusie dat zijn vader fout was. Hij had altijd gehoopt dat het ingewikkelder lag. Ik ben zelf strafrechtadvocaat. Ik kijk niet snel moreel naar mensen, en al helemaal niet naar keuzes uit een oorlog die tachtig jaar geleden plaatsvond.”

    Tussen goed en fout

    Schaap wil met het boek niet alleen een onbekend levensverhaal blootleggen, maar ook laten zien hoe diffuus de scheidslijn tussen goed en fout in oorlogstijd kan zijn. Het boek ziet hij als onderdeel van een drieluik: eerder schreef hij over collaborateurs Johnny de Droog en Franci Siffels. ,,Ook zij begonnen elk als verzetsmensen, en belandden aan de verkeerde kant.”

    De vraag die steeds terugkeert: waarom? ,,Dat vind ik interessant. Troepenbewegingen interesseren me niet, en ik weet niets van vliegtuigen of tanks. Maar waarom doen mensen wat ze doen? Wat zijn hun beweegredenen? Als dat ergens zichtbaar wordt, dan is het wel in het leven van André Engwirda.”

    De man die Tito ging vermoorden van Zoran Bogdanović, Erik Schaap en Evert de Vos (24,99 euro, 296 pagina’s) is verschenen bij Alfabet Uitgevers.

    Verschenen in de LC (online op 15 juli 2025 en een dag later in de papieren krant) en in het Dagblad van het Noorden van 23 juli 2025.